Geldt het keuzerecht van de huurder op vlak van de vorm van de waarborg ook bij studentenhuur?
Het nieuwe academiejaar gaat binnen enkele weken van start. Voor veel studenten betekent dat ook de zoektocht naar een geschikt ‘kot’. Bij de verhuur wordt doorgaans een huurwaarborg gevraagd als financiële zekerheid voor de verhuurder. Bij woninghuur is het een gekend principe: de huurder kiest finaal welke vorm de waarborg zal aannemen (geblokkeerde rekening, Korfine, …). De verhuurder/het vastgoedkantoor kunnen uiteraard een voorstel doen. Maar de huurder wikt en beschikt. Het Vlaams Woninghuurdecreet heeft dit recht gebetonneerd. Maar, hoe zit dat bij studentenhuur?
De regels voor studentenhuurcontracten worden geregeld door titel 3 van het Vlaams Woninghuurdecreet. In tegenstelling tot bij hoofdverblijfplaatsen (titel 2) kennen deze regels geen uitdrukkelijk keuzerecht toe aan de huurder.
De vorm van de waarborg bij studentenverhuur is in tegenstelling bij hoofdverblijfplaatsen ‘contractueel overeen te komen’. Huurder en verhuurder kunnen erover onderhandelen.
Doorgaans is het zo dat de verhuurder een bepaalde vorm opneemt in het voorstel van huurovereenkomst. De huurder kan daarover in onderhandeling treden maar vaak gebeurt dat niet. En in functie van titel 3 van het Vlaams Woninghuurdecreet stelt zich in dat scenario geen probleem.
Noteer dat de waarborg bij studentenhuur ook op andere vlakken afwijkt van de regels voor hoofdverblijfplaatsen. Zo laat titel 3 VWHD de mogelijkheid open van het storten van de waarborg op de rekening van de verhuurder. Die moet dan wel rente toepassen op het bedrag van de waarborg. De gekapitaliseerde rente komt toe aan de huurder.
De klassieke waarborgvormen van de geblokkeerde rekening en de Korfine-bon zijn uiteraard ook mogelijkheden bij studentenhuur. Cash waarborgen zijn net als bij hoofdverblijfplaatsen verboden.
De waarborg mag bij studentenhuur niet hoger zijn dan twee maanden huur. Het gaat om een ‘all-in’-waarborg. Concreet betekent dit dat de verhuurder geen extra waarborgen mag vragen, bijvoorbeeld voor de teruggave van de sleutels. De waarborg dekt alle huurdersverplichtingen. Er kunnen daarnaast dus niet nog extra financiële zekerheden gevraagd worden.
Anders dan bij hoofdverblijfplaatsen is het echter wel mogelijk dat er een persoonlijke borgstelling wordt gevestigd, bovenop een gewone huurwaarborg. Dergelijke borgstelling is ook niet wettelijk in omvang beperkt. De hoegrootheid ervan is dus vrij. Daardoor is het en blijft het perfect mogelijk dat de ouders zich borg stellen voor een deel van of het geheel van de huurverbintenissen, supplementair aan een geldelijke waarborg van twee maanden op een rekening of via een Korfine-bon.