Elke maand een nepmakelaar gerechtelijk veroordeeld dankzij BIV
De opsporing van nepmakelaars, die het vastgoedmakelaarsberoep uitoefenen zonder over de nodige erkenning te beschikken, is een absolute prioriteit voor het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars (BIV). De dienst Opsporing van het BIV, een gespecialiseerde interne dienst onder meer samengesteld uit privédetectives, haalt nepmakelaars uit de markt op basis van klachten van onder meer consumenten en vastgoedmakelaars, maar ook proactief. Dat blijkt uit het zopas gepubliceerde jaarverslag van het instituut.
Nepmakelaars vormen een reëel gevaar voor consumenten. Ze volgen geen vorming, zijn niet verzekerd, beschikken niet over een wettelijk beschermde derdenrekening, enz.
In 2025 werden 957 controles uitgevoerd naar aanleiding van (vermoedens van) onwettige uitoefening van het beroep. In heel wat dossiers bleek uiteindelijk geen sprake van illegale beroepsuitoefening, bijvoorbeeld omdat de betrokkene als bediende werkzaam was in een vastgoedkantoor of omdat een syndicus in kwestie een mede-eigenaar was. Zo konden vorig jaar 862 dossiers worden afgesloten.
Wanneer wel sprake is van illegale activiteit, moet de betrokkene de activiteiten onmiddellijk stopzetten. Als daar geen gevolg aan wordt gegeven, stapt het BIV naar de rechtbank. In 5% van de dossiers deed zich hardleerse nepmakelaardij voor en trok het BIV naar de rechtbank. In 14 gevallen leidde dat tot een veroordeling in het voordeel van het BIV. De betrokken nepmakelaars werden door de rechtbank verplicht hun activiteiten stop te zetten, vaak op straffe van dwangsommen die kunnen oplopen tot 5.000 euro per inbreuk per dag. Zo’n 95 dossiers waren vorig jaar nog hangende voor verder (intern of gerechtelijk) onderzoek.
Meer aandacht voor vormingsplicht en veel proactieve controles
In 2025 opende het BIV ook 2.008 tuchtdossiers tegen vastgoedmakelaars. Maar liefst 44% daarvan waren controles waarin het BIV zelf het voortouw nam. Een aanzienlijk deel van deze dossiers is het gevolg van gerichte controles, zoals op de jaarlijkse vormingsplicht van de vastgoedmakelaar, de derdenrekening enz.
“Permanente vorming is geen formaliteit, maar een essentiële voorwaarde om de kwaliteit en integriteit binnen de vastgoedsector te waarborgen”, zegt BIV-voorzitter Patrick Boterbergh. “Wie een professionele dienstverlening wil leveren, moet zijn kennis voortdurend bijscholen. Dat is noodzakelijk in onze sector met een complexe en continu veranderende wetgeving. Wie die verplichting niet naleeft, riskeert tuchtsancties.”
402 tuchtbeslissingen
Een groot deel van de behandelde dossiers bleek echter ongegrond of viel het buiten de bevoegdheid van het BIV. Als de rechtskundig assessor (onafhankelijk advocaat die het dossier onderzoekt), van oordeel is dat er zich een zwaarwichtige deontologische tekortkoming voordoet, wordt de vastgoedmakelaar opgeroepen voor de Uitvoerende Kamer (tuchtorgaan van het BIV). Zo spraken de Nederlandstalige en Franstalige Kamers afgelopen jaar 402 tuchtbeslissingen uit, waarvan 13 vrijspraken en 67 lichte sancties, waaronder waarschuwingen of berispingen.
Bij de zware sancties waren er 48 schrappingen en 228 schorsingen. Wie tuchtrechtelijk geschorst of geschrapt wordt, mag niet meer actief zijn in de sector, noch als vastgoedmakelaar, noch als bediende.
Bron: Persbericht BIV