Nieuw model EPC sinds 1 juli
Op 1 juli zijn twee wijzigingen aangebracht aan het EPC residentieel en het EPC kNR (klein niet-residentieel). Eén daarvan werkt een handicap weg voor warmtenetten. Die kunnen nu ook “gedetailleerd” ingerekend worden. Tweede aanpassing is dat er voortaan een schatting van het thermisch vermogen op het EPC wordt getoond. Dat moet helpen om bij wijzigingen aan de verwarmingsinstallatie zicht te hebben op de vereiste dimensionering. Concreet resultaat is dat energiedeskundigen voortaan een geüpdatet model zullen gebruiken en dat het EPC er licht anders uitziet. Oude EPC’s behouden echter onverkort hun geldigheid.
Een warmtenet zal naast de bestaande mogelijkheden bij invoer “energie-efficiënt” en “niet energie-efficiënt”, nu ook “gedetailleerd” kunnen ingerekend worden. Dit was al mogelijk in EPB, maar nog niet in EPC. Die handicap is nu weggewerkt. De aanpassing past in een breder pakket van wijzigingen om de klimatologische meerwaarde van warmtenetten sterker te valideren. Warmtenetten zullen een beter kengetal krijgen en dus een beter label.
Daarnaast wordt nu ook een schatting van het thermisch vermogen getoond op het EPC. Voor appartementsgebouwen is het niet onbelangrijk om te noteren dat dit enkel gebeurt op de EPC’s van de individuele kavels en dus niet op het EPC GD, zelfs wanneer het gebouw collectief verwarmd wordt.
De inschatting heeft geen invloed op het EPC-label of de energiescore, maar is louter informatief. Ze heeft enkel betrekking op de ruimteverwarming. Voor de gecombineerde productie van sanitair warm water (zoals voor douche of kraan) kan een hoger vermogen nodig zijn.
VEKA licht toe:
‘De inschatting van het thermisch vermogen kan een startpunt zijn voor mensen die hun ketel willen vernieuwen of een warmtepomp willen plaatsen. Een correcte dimensionering van de opwekker is belangrijk. Een opwekker met een te klein vermogen zal niet het comfort kunnen leveren op koude dagen, een te grote opwekker is duurder en zal ‘pendelen’. De inschatting van het vermogen, al dan niet aangevuld met een warmteverliesberekening, kan een vakman en eigenaar toelaten een gepaste verwarmingsinstallatie te kiezen.’
Doel is dat aan de hand van de geschatte warmte een correct gedimensioneerd toestel kan worden gekozen, dat met de optimale instellingen het gewenste comfort kan leveren.
De inschatting is opgenomen in het hoofdstuk ‘Ruimteverwarming’, onder de titel ‘Technische fiche van de ruimteverwarming’.
De berekening gebeurt op basis van een aantal vaste aannames. Er wordt bijvoorbeeld gerekend met een gemiddelde binnentemperatuur van 18°C en een gemiddelde buitentemperatuur van -7°C. Er wordt geen rekening gehouden met nachtverlaging of de tijd die nodig is om de woning op te warmen.
Daarnaast houdt de berekening rekening met verschillende kenmerken van het gebouw, zoals het beschermd volume, de verliesoppervlakte, de isolatiegraad, de luchtdichtheid, het ventilatiesysteem, het rendement van warmterecuperatie en de gebouwmassa. Deze aannames zorgen voor een uniforme en vergelijkbare inschatting, maar kunnen afwijken van de werkelijke gebruikssituatie.
De inschatting is extra relevant bij de overstap naar een warmtepomp. VEKA zegt hierover:
‘Vooral bij de overstap naar een warmtepomp is een correcte dimensionering belangrijk. Waar gasketels vaak ruim worden gedimensioneerd om piekmomenten op te vangen, werkt een warmtepomp het efficiëntst wanneer haar thermisch vermogen nauw aansluit bij de werkelijke warmtebehoefte van het gebouw. Daarom blijft een warmteverliesberekening door een installateur, in overleg met de eigenaar, essentieel. Zo vermijdt u een te groot toestel met een onnodig hoge investeringskost of een te klein toestel dat onvoldoende comfort biedt en meer energie verbruikt. De vermelding op het EPC vormt dus geen definitief advies, maar wel een nuttig vertrekpunt voor gesprekken met een installateur over een verwarmingssysteem dat optimaal is afgestemd op het gebouw.’
Voor meer informatie over het geschat thermisch vermogen op het EPC verwijzen we naar de website van het VEKA.
Bron: Ministerieel besluit van 12 juni 2026 tot wijziging van het ministerieel besluit van 28 december 2018 houdende algemene bepalingen inzake de energieprestatieregelgeving, energieprestatiecertificaten, de certificering van aannemers en installateurs, en de renovatieverplichting, wat betreft de vorm en inhoud van het energieprestatiecertificaat residentieel en het energieprestatiecertificaat klein niet-residentieel (BS 24 06 2026).