Terug
Header image for news article

Jaarverslag Agentschap Wonen in Vlaanderen 2025 onder de loep

Nieuws
26/05/2026

Het Agentschap Wonen in Vlaanderen beheert de vele instrumenten van het woonbeleid, gaande van woningkwaliteit tot sociale woonleningen en huurondersteuning. Het jaarverslag is dan ook altijd een interessant document. Het Agentschap vat er immers de kerncijfers in samen. 

1 Enkele vaststelling rond huurondersteuning

Eerste opvallend cijfer: de Vlaamse overheid gaf in 2025 meer dan 131 miljoen euro uit aan huurondersteuning, hetzij via de huursubsidie, hetzij via de huurpremie. Iets meer dan 45.000 gezinnen konden van een tegemoetkoming genieten, ter waarde van maandelijks gemiddeld € 219.

De voorbije jaren stijgt het aantal begunstigden vooral snel bij de huurpremie. Die tegemoetkoming kan aangevraagd worden van zodra iemand meer dan 4 jaar op de wachtlijst voor een sociale woning staat. Er gelden wel inkomensgrenzen en maximale huurprijzen.

De Vlaamse overheid zet voor de huurpremie in op semi-automatische rechtentoekenning. Iedere begunstigde wordt actief aangeschreven om te informeren dat er aanvraag ingediend kan worden. De intentie om een eigen huurregistratie in te voeren past overigens in dat streven. Die zal het Agentschap Wonen in Vlaanderen toelaten om meteen zelf te controleren of de huurprijs de maxima niet overschrijdt. Vandaag blijft het immers zo dat een belangrijk deel van de ingediende aanvragen geweigerd wordt. De non take-up en de uitval uit het stelsel blijven hoog.

Voor de cijfers over de Vlaamse Woonlening, de Vlaamse Huurwaarborglening en de Verzekering Gewaarborgd Wonen verwijst het Agentschap naar het jaarverslag van het Vlaams Woningfonds. Daarover hebben we eerder bericht.

2 Enkele vaststellingen rond sociale huur

Opvallend is verder dat het Agentschap dankzij de invoering van het Centraal Inschrijvingsregister datagewijs meer zicht heeft op de kenmerken van wie op de wachtlijst voor een sociale woning staat. Vroeger hield elke sociale huisvestingsmaatschappij een eigen inschrijvingsregister bij. Dat is nu vervangen door een centraal systeem, het CIR. 

Zo weet het Agentschap nu bijvoorbeeld dat meer dan de helft van de kandidaat-huurders alleenstaanden zijn.

Inzake sociale huur springt ook de evolutie van het aantal ingehuurde woningen in het oog. Volgens het vorige jaarverslag hadden de woonmaatschappijen op 31 december 2024 13.321 woningen volgens het SVK-model in beheer. Eind 2025 waren dat er 12.666. Meer dan 550 SVK-woningen zijn dus uit het stelsel verdwenen, bijvoorbeeld omdat de eigenaar na 9 jaar de samenwerking stop zette.

Eigenlijk zien we al enkele jaren dat het totaal aantal woningen in SVK-beheer niet langer toeneemt en zelfs daalt. Dat strookt met signalen dat woonmaatschappijen er minder op inzetten. Begrijpelijk want SVK-woningen zijn relatief kostenintensief, zonder zekerheid dat ze na 9 jaar nog verder tot het patrimonium zullen behoren. En, de huurmarkt verkeert globaal in zwaar weer. Dan is het logisch dat ook de inhuurnames daar de impact van voelen. In totaal werden in 2025 1.092 SVK-contracten stopgezet. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij einde van de huurtermijn door de eigenaar (230 gevallen) of door de woonmaatschappij (in 317 gevallen omwille van kwaliteitsproblemen).

3 Enkele vaststellingen rond het Woningkwaliteitsbeleid 

Stijging aantal woningcontroles

Één van de cijfers waar we altijd als eerste naar kijken, is het aantal woningcontroles. Die trend nam de voorbije jaren sterk toe, en 2025 bevestigt die evolutie. Hoewel het recordaantal van 2024 niet werd geëvenaard, zijn er nog steeds meer dan 50.000 controles uitgevoerd. Dat ligt een stuk hoger dan in 2023, 2022 en verder terug in het verleden.

De klemtoon op woningkwaliteit zal de komende jaren alleen maar toenemen. Die stijging wordt bovendien in belangrijke mate voortgestuwd door het groeiende aantal aanvragen voor een conformiteitsattest (CA). Naarmate meer en meer gemeenten het CA verplichten en rond 2030 de stap volgt naar een algemene verplichting op Vlaams niveau, zal het aantal controles mee stijgen.

Bij de eerste controles bleek 53% van de woningen in orde met de normen. 25% was enkel ongeschikt, 22% ongeschikt en onbewoonbaar. Uiteraard kijken we altijd met argusogen naar de gebreken die hier toe leiden. Op dat vlak zien we dat de aanwezigheid van rookmelders het meest voorkomt. Bij appartementen speelt de afwezigheid van afdoende rookmelders in de gemene delen een rol. De cijfers bevestigen bovendien dat de valpreventie een significante uitdaging blijft.

Stijging toepassing waarschuwingsprocedure door de gemeente

De procedure werd ingevoerd in 2021 en werd in dat jaar 391 keer gebruikt. In 2025 lag dat cijfer meer dan 4 maal hoger (1.317). Hoewel bemoedigend, gaat het wat ons betreft niet snel genoeg.

De waarschuwingsprocedure laat de gemeente toe om eerst in bemiddeling te gaan met de eigenaar, eerder dan onmiddellijk de procedure tot ongeschiktheid of onbewoonbaarheid op te starten. Via die bemiddeling kan de verhuurder ook ondersteuning, begeleiding of ontzorging worden aangeboden in het realiseren van de vereiste herstellingen. De waarschuwingsprocedure is minder hard en gericht op snel herstel en behoud van de woning als huurpand. De toepassing ervan is facultatief. Zoals het Agentschap in het jaarverslag schrijft, maakt de gemeente hierbij

Een inschatting van de kans op slagen, met het oog op de aflevering van een conformiteitsattest binnen drie maanden. De aard van de gebreken speelt bij die inschatting een belangrijke rol, want ze moeten op korte termijn te herstellen zijn. Ook de bereidwilligheid van de eigenaar is van belang.’ 

We zijn er van overtuigd dat de waarschuwingsprocedure nog een stuk ruimer toegepast kan worden dan vandaag het geval. Zeker als je weet dat in 2025 in totaal 11.675 keer een procedure tot ongeschiktheid of onbewoonbaarheid is opgestart…

Overigens leiden die procedures slechts in 16% van de gevallen tot een ongeschiktheid, met daarnaast bij 27% tot een ongeschiktheid én onbewoonbaarheid. Minder dan de helft leidt dus effectief tot een uitspraak. Dat wijst erop dat vaker dan je misschien denkt, tijdig herstel mogelijk is.

Op 31 december 2025 stonden er 12.088 woningen op de inventaris ongeschikt/onbewoonbaar.

Dit alles is nog te combineren met de 300 à 400 woningen waar de Vlaamse Wooninspectie ieder jaar gemiddeld in ingrijpt.

Nuttig om te weten is ook altijd hoeveel woningen er in Vlaanderen geklasseerd staan als leegstand. Onderstaande grafiek toont aan dat dit aantal nog steeds groeiend is.

De integrale tekst van het jaarverslag kan je raadplegen via deze link.

Enkel aangemelde gebruikers kunnen reageren op dit artikel
Meld je aan om te reageren
Aanmelden