Dispuut over huurgelden/bezettingsvergoeding na nietigverklaring huur
Als gevolg van de nietigverklaring wilde de huurder 25% van de huurgelden terug ter vergoeding voor het mindergenot dat hij geleden heeft. De verhuurder wilde op zijn beurt dat alle betaalde huurgelden gelden als bezettingsvergoeding. De huurder verwees enkel naar de waterschade in de badkamer. Daarover hadden partijen al een akkoord gesloten ten overstaan van de vrederechter.
Bovendien waren de verzekeraars al tussengekomen en heeft de verhuurder de nodige inspanningen geleverd om het probleem te herstellen. Daarom laat de vrederechter deze problematiek buiten beschouwing. De vrederechter concludeert dat de objectieve huurwaarde gelijk is aan de huurprijs.
De huurwaarborg kwam toe naar de huurder. Over de afgifte van de sleutels bestond discussie tussen de partijen. Bij gebrek aan bewijs werd de huurder verplicht de sleutel alsnog af te geven. Aangezien aangenomen werd dat de verhuurder de vrije beschikking over de woning had vanaf mei 2023, werd geen bezettingsvergoeding meer toegekend vanaf dat moment.
Vred. Antwerpen (IV) 20 september 2023
Bron: De Raeymaecker, B., & Carette, N. (2024). Woningkwaliteit. Een rechtspraakanalyse. Leuven: Steunpunt Wonen, pp. 23 e.v. Te raadplegen via https://steunpuntwonen.be/wp-content/uploads/2024/11/WP04_Woningkwaliteit.pdf.