Nieuwe uitspraken geschillenkamer VMRI
Enkele jaren terug hevelde de Vlaamse overheid de bevoegdheid inzake discriminatie over van Unia naar het Vlaams Mensenrechteninstituut. Sindsdien kunnen personen die vermoeden gediscrimineerd te zijn zich wenden tot de geschillenkamer van het VMRI. Die beoordeelt of dat vermoeden gerechtvaardigd is. Dit voorjaar heeft het VMRI zich opnieuw over een aantal situaties moeten buigen. In een reeks artikels doorlopen we ze kort. Vandaag: een klacht tegen een vastgoedkantoor met betrekking tot het al dan niet overmaken van de kandidatuur aan de eigenaar.
In dit dossier beschuldigde de indiener van de klacht het vastgoedkantoor ervan de kandidatuur niet te hebben overgemaakt aan de eigenaar.
Op het eerste zicht had betrokkene ook wel gegronde reden om te denken dat er iets was misgelopen. Het vastgoedkantoor meldde hem dat de eigenaar de kandidatuur had geweigerd. Maar toen hij zelf contact opnam met de eigenaar, aanvaardde die hem als huurder.
Maar, bij nader onderzoek van de zaak moest het VMRI concluderen dat de indiener van de klacht hiermee geen vermoeden van discriminatie kan vestigen. Voor het indienen van de klacht was immers al vastgesteld door het kantoor dat er sprake was van een misverstand bij de eigenaar, via een persoonswissel:
De indiener van de klacht verwijst naar de medewerkster van de eigenaar. Zij zou hem hebben gezegd dat ze zijn kandidaatstelling niet had ontvangen op het moment waarop hij haar contacteerde. In een mail die aan de Geschillenkamer is bezorgd, geeft deze medewerkster echter aan dat, als zijn kandidaatstelling inderdaad geweigerd was, er mogelijk sprake is van een misverstand omwille van een persoonsverwisseling. Zij stelt verder dat hij de eerdere weigering niet vermeld heeft tijdens hun telefoongesprek.
Deze – weliswaar ongelukkige – omstandigheden bewijzen geen kwade trouw in hoofde van het vastgoedkantoor. Integendeel, het feit dat de persoonswissel was vastgesteld voor de klacht en genoteerd in de CRM bewijst dat het kantoor het nodige heeft gedaan om de fout (in hoofde van de verhuurder) recht te zetten.
De betrokkene is hierdoor bovendien niet benadeeld. Want, hij is als huurder aanvaard en heeft een huurovereenkomst ondertekend.
Bovendien blijkt dat het vastgoedkantoor in het verleden al meerdere keren heeft bemiddeld voor betrokkene. En, hij heeft al eerder een huurcontract kunnen afsluiten via het kantoor.
Tot slot: het vastgoedkantoor bemiddelde voor meerdere appartementen in het gebouw (van dezelfde eigenaar). 75% van de huurders die daarbij werden weerhouden, zijn ‘van andere origine’. Het VMRI zegt dan ook:
Uit de achtergrond van de huurders die het kantoor voor de verschillende appartementen in het betrokken gebouw voorgesteld heeft, blijkt ook dat het kantoor geen algemene discriminerende praktijk toepast op grond van zogenaamd ras, huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming.
Conclusie: het vastgoedkantoor was in deze zaak gesterkt door het feit dat de gemaakte menselijke fout al tijdens de bemiddeling zelf was rechtgezet én was geregistreerd. Pittig detail: het vastgoedkantoor vroeg als deel van haar verweer zelf aan de leverancier van de CRM om te getuigen dat dergelijke registratie niet achteraf manipuleerbaar is en dat er geen enkele poging tot manipulatie werd waargenomen. Daarnaast kon het vastgoedkantoor ook aantonen in het algemeen correct te handelen (contracten van andere huurders) en zelfs voor betrokkene (die eerder via het kantoor al een huurcontract had afgesloten). Dat betrokkene finaal als huurder werd weerhouden en dus niet benadeeld werd, speelde ook mee in de overweging van het VMRI.
Noteer hier dat de klacht 8 maanden na de verhuring werd ingediend. Het vastgoedkantoor moest het dossier daardoor gaan wedersamenstellen. Gelukkig kon het de meeste informatie nog terugvinden. Wat meteen bewijst hoe belangrijk is om dat nog te kunnen. Je kan als vastgoedkantoor niet zomaar het dossier volledig wissen na de verhuring…
Vastgoedkantoor wordt vrijgesproken (Oordeel 2025-2 dd. 14/02/2025)